fbpx

Minor onderwijsinnovatie

(Dalton, Jenaplan, Montessori, overig)
Geen mens is gelijk: daarom is het eigenlijk vreemd dat we in het onderwijs zo vaak uitgaan van gemiddelden. Een aantal pedagogen ging met dit gegeven al aan de slag in de 20e eeuw, maar ook nu is het zoeken naar alternatieve manieren om onderwijs op maat te verzorgen nog steeds een actueel onderwerp! Denk hierbij aan Maria Montessori, Helen Parkhurst (daltononderwijs), Peter Petersen (Jenaplan), Célestine Freinet (Freinetonderwijs) en Rudolf Steiner (Vrije School-beweging). Er komen nog steeds nieuwe stromingen bij. Ook in steeds meer reguliere basisscholen zien we elementen terugkomen uit Jenaplan-, Montessori- en daltononderwijs. Ook zien we in onze regio steeds meer scholen ontstaan die werken vanuit eigen visie op onderwijs.
• Ben je erachter gekomen dat je als leerkracht liever wil begeleiden dan leiden?
> Er zijn scholen waar het onderwijs zo georganiseerd is dat die rol ook mogelijk wordt.
• Wil jij leerlingen meer betrekken bij hun eigen leerproces?
> Traditionele en moderne onderwijsvernieuwers vonden het belangrijk dat leerlingen inspraak krijgen in hun eigen leerproces. De leerkracht is er om de leerlingen hierbij wegwijs te maken en te begeleiden.
• Wil je graag samen met collega’s werken aan beter onderwijs?
> Op (traditionele) vernieuwings-onderwijs-scholen is samenwerken met collega’s namelijk net zo vanzelfsprekend als dat is voor kinderen in de basisschool klas.
• Wil jij leren om het onderwijs dat je geeft nog beter af te stemmen op jouw groep leerlingen en eventueel maatwerk maken?
> De methode is niet leidend en je kunt deze gebruiken als hulpmiddel om jouw einddoelen te halen. Lesgeven is méér dan alleen maar de lesmethode doorgeven naar de klas.

Binnen de minor onderwijsinnovatie kun je kiezen voor Jenaplan, dalton, Montessori of overig. Het Jenaplantraject sluit de minor af met een getuigschrift. Het daltontraject leidt op tot een NDV-certificaat. Ook bij het Montessoritraject is een getuigschrift mogelijk.
We starten met een oriëntatiefase waarin jezelf(mogelijkheden), de stageschool(wensen en kansen) en de pabo (eisen) in kaart worden gebracht. Daarna werk je aan je eigen vaardigheden (op het gebied van de stroming naar jouw keuze of een brede oriëntatie) en ga je een onderzoek of een praktijkopdracht uitvoeren. Het onderwerp daarvan is in principe helemaal vrij, zo lang het maar uitvoerbaar is en past bij de school waarmee je dat traject hebt afgesproken.
Je doet dat natuurlijk niet alleen: we maken een teamontwikkelplan en proberen daar waar mogelijk elkaar aan te vullen en van elkaar te leren. Soms wordt een stukje onderwijs verzorgd door een student, soms door een docent, soms gaan we de kunst afkijken op een school of in een museum, afhankelijk van de wensen en mogelijkheden van alle betrokkenen. Hier heb je als student veel inspraak en vrijheid in: ook hierbij bepaal je voor een aanzienlijk deel jouw eigen leerproces.
Na het schrijven van een startdocument ga je zelfstandig aan de slag op jouw stage- en/of onderzoeksschool. Daarnaast werk je daar aan je eigen vaardigheden als leerkracht: een diploma, getuigschrift of certificaat geeft immers de meerwaarde weer: je krijgt dat als extra naast je pabodiploma!

Leerdoelen
De leerdoelen zijn altijd persoonlijk en op maat, maar om je een richting te geven staat hieronder welke kant we op gaan:
• Inzicht verwerven in het gekozen vernieuwingsonderwijs concept
• Conceptueel denken
• Verbanden leggen tussen de verschillende concepten van vernieuwingsonderwijs
• Verantwoorde keuzes maken voor verdere verdieping
• Oefenen van praktische vaardigheden om te kunnen werken binnen het onderwijsconcept van jouw keuze
• Werken vanuit de laatste wetenschappelijke inzichten in hoe kinderen leren.
• Opzetten en uitvoeren van een onderzoek of een praktijk opdracht binnen het gekozen onderwijsconcept (micro- en/of mesoniveau)
• Presenteren van de onderzoeks- of ontwikkelresultaten (aan medestudenten en/of aan het team van de stageschool)
• Schrijven van een verslag

Ingangseisen
Je stage moet je bij een school lopen (primair of voortgezet onderwijs) die haar uitgangspunten hanteert vanuit één van de concepten (d.w.z. Jenaplan, dalton, Montessori, Freinet, Vrije School of een ander innovatieconcept).

Rooster
Contacturen op woensdag(middag), donderdag- en/of vrijdagochtend.

Toetsing

Toetsing van deze minor gebeurt op de volgende wijze:

  • Startdocument:
    Iedere student schrijft een eigen plan: wat hij of zij wil leren, waar dat het beste kan gebeuren en wat de plannen zijn op de stageplek. Samen met de medestudenten wordt gekeken wat er voor iedereen nodig is en hoe we kunnen profiteren van elkaars eerder verworven competenties, zodat er een efficiënt traject kan worden afgesproken.
  • Opdracht of onderzoek
    De student voert een praktijkonderzoek of een praktijkopdracht uit op een stageschool met een vernieuwingsconcept dat hij/zij zelf gekozen heeft. Het onderwerp voor het praktijkonderzoek wordt in overleg met de school bepaald. Het onderzoek van deze opdracht is op meso- of microniveau.
    De resultaten van het onderzoek presenteert de student aan het schoolteam.
    De student schrijft een verslag.
  • Afronding minor
    De student laat zien dat hij/zij aan de gestelde criteria en competenties voldoet voor de minor onderwijsinnovatie vernieuwingsonderwijs door middel van een presentatie en een verslag.

Contact

  • Bezoekadres
     
    Thomas More Hogeschool
    Stationssingel 80
    3033 HJ Rotterdam
  • Telefoon
     
    +31 (0)10 – 4657066

  • Mail
     
    Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Twitter